Insecten studie in je nature journal

7 nature journaling tips voor het bestuderen van geleedpotigen

Insecten en spinnen bestuderen — en hoe je dat vastlegt in je natuurdagboek

(English below)

Jeemig, wat ik nou toch zag gebeuren voor mijn tekentafel! Een spin had een insect gevangen en wikkelde het razendsnel in zijde in, zo professioneel dat ik er bijna applaudisseerde. Geweldig natuurmomentje — maar het zette me ook aan het denken. Want ik zie ze dus regelmatig jagen, eten en smikkelen… maar nooit poepen. Of plassen. Waar blijft al dat eten eigenlijk?

Uiteraard pakte ik gelijk mijn nature journal om dit spectaculaire event vast te leggen. Lastiger dan je denkt, want het gaat snel en pauzeert ook niet als je het netjes vraagt. Ik moest me er écht in verdiepen. Avondenlang zat ik in boeken als "Alles wat je wilde weten over pissebedden", "Spinnen breed uitgemeten" en "Alle insecten ooit waargenomen door de mens". Die intense studiesessie zal ik je besparen. Hieronder mijn verslag #lekkerjournalen

Spin met prooi getekend door arija in haar nature journal met wateroplosbaar grafiet

Als ik haast voel bij een tekening pak ik vaak mijn wateroplosbare grafiet potlood, even met de waterkwast over de schets geeft snel diepte, verzacht lijnen en verdoezeld foutjes. Watervaste fineliner om wat te noteren en klaar is Arija.

Even een klein biologisch zijstapje. Pissebedden zijn géén insecten. En spinnen ook niet. Sterker nog: het zijn drie totaal verschillende diergroepen binnen de grote familie van de geleedpotigen — dieren met een hard exoskelet en gesegmenteerde poten.

Insecten (zoals libellen, kevers en muggen) hebben 6 poten, een kop, borststuk en achterlijf indeling en meestal vleugels.

Spinnen zijn arachniden: 8 poten, geen vleugels, geen voelsprieten, een kop-borststuk en een achterlijf indeling.

Pissebedden zijn landkreeftachtigen: familie van garnalen en krabben, maar dan op het droge — met 14 poten en kieuwachtige ademhaling.

Dus hoewel ze allemaal klein zijn en kriebelig bewegen, horen ze in heel verschillende takken van de evolutionaire boom thuis. En dat maakt het des te interessanter hoe ze elk hun eigen manier van eten, ademen en poepen hebben ontwikkeld.

2. Het dieet van mini-vegans en topcarnivoren

Spinnen, insecten en pissebedden zijn fanatieke eters, sommige topjagers. Spinnen zuigen hun prooi leeg als een soort biologische smoothiebar. Insecten knagen, schrapen of slurpen. En pissebedden? Die schuiven als mini-vegans rottend blad, schimmels en af en toe een lekker aasje naar binnen.

De vertering begint in de mond en loopt via een darmkanaal. Insecten hebben meestal een krop of voordarm, een midden- en een einddarm. Pissebedden hebben een vergelijkbare indeling, met hulp van (andere) bacteriën. Spinnen spuiten spijsverteringssappen ín de prooi en slurpen de brij op — extern verteren, dus. De rest gebeurt intern in hun compacte darmpakket.

3. Transport zonder PostNL

Zodra de voedingsstoffen zijn opgenomen, moeten ze ergens heen — naar spieren, zenuwen, klieren. Bij insecten gebeurt dat via de hemolymfe: hun “bloed”, dat vrij rondstroomt in het lijf (open bloedsomloop). Een buisvormig hart pompt het van achter naar voren. Geen bloedvaten dus, en geen rode kleur: insecten gebruiken geen hemoglobine.

Spinnen doen iets soortgelijks, maar hun hemolymfe bevat hemocyanine, dat het bloed blauw kleurt (door koper). Ze hebben ook een open bloedsomloop, met een hart dat als een buis over de rug loopt.

Net als andere geleedpotigen hebben pissebedden een open bloedsomloop: een dorsaal “hart” met een paar grote vaten dat de hemolymfe rondpompt in het lichaam. Hun blauwige bloed stroomt dus niet door een dicht netwerk van slagaders en aders zoals bij ons, maar door een lichaamsruimte (hemocoel) waarin de organen baden. Een interessant contrast met hun insectenvrienden: bij insecten vervoert de hemolymfe meestal géén zuurstof, terwijl die bij pissebedden juist wél zuurstof draagt via het blauwe pigment hemocyanine.

4. Ademen zonder longen

Inseten hebben geen bloedvaten en meestal ook geen rode kleur: insecten gebruiken in de regel geen hemoglobine voor zuurstoftransport, en dat is precies wat ons bloed rood maakt. In plaats daarvan hebben ze tracheeën: kleine luchtbuisjes die overal in het lichaam lopen. Ze ademen letterlijk met hun lijf. Super efficiënt, maar het verklaart ook waarom insecten niet eindeloos groot kunnen worden.

Spinnen ademen via boeklongen — bladvormige kamertjes onderop het achterlijf — en sommige soorten gebruiken ook tracheeën. Het is een slim systeem voor dieren die stil in hun web hangen, en af en toe explosief in actie komen.

Pissebedden ademen met pleopodale kieuwen aan hun achterlijf. Die moeten vochtig blijven — vandaar dat je ze vooral onder stenen, hout of vochtig blad vindt. En ook dát zie je terug als je pissebedden tekent in je nature journal: altijd net iets glimmend vochtig aan de achterkant.

5. Poep en pies bij beestjes

En dan... de ontknoping. Wat gebeurt er ná het eten?

Insecten scheiden afval uit via Malpighische vaten, die afvalstoffen uit de hemolymfe halen en afgeven aan de darm. Op het land scheiden ze meestal urinezuur uit — een dikke pasta, handig voor waterbesparing. In het water (zoals bij muggenlarven) wordt vaak ammoniak uitgescheiden.

Veel spinnen hebben Malpighische vaten, plus coxale klieren bij de heupen. Ze scheiden vooral guanine uit: wit, pasta-achtig, en zeer waterarm. Kijk maar eens onder een spinnenweb — grote kans dat je witte vlekjes ziet.

Pissebedden gebruiken vooral klieren bij hun monddelen (maxillaire klieren) om opgeloste afvalstoffen kwijt te raken. Het grootste deel van de stikstof raken ze kwijt als vluchtige ammoniak, en een deel slaan ze op in de vorm van vaste kristallen zoals urinezuur. Multifunctioneel — en ook dát kun je journalen: al die kleine beestjes in mijn nature journal krijgen ineens een heel verhaal bij hun achterwerk.

6. Wat dit zo geniaal maakt

Dus de volgende keer dat je een pissebed onder een steen ziet wegkruipen, een spin haar web voelt trillen, of een juffer boven het water ziet zweven — denk dan even aan wat er onder de motorkap gebeurt. Het is anders, briljant en prachtig tegelijk.

En natuurlijk 7 concrete nature journaling tips voor je natuurdagboek

1. Zoek een rustige plek met spinnenwebben
Wil je insecten, spinnen of pissebedden bestuderen in je nature journal? Loop naar een grasveld, bosrand of struikrand en zoek een mooi spinnenweb. Ga zitten, neem de tijd en… neem een thermosfles thee mee. Het kan even duren, maar je wordt vaak beloond met een prachtige jachtscène.

2. Let op speciale webben, zoals trechters
Kom je een trechterweb tegen met een draad naar buiten? Tik er héél zacht tegenaan. Vaak komt de spin even kijken of er een prooi in het web zit. Doe dit met respect: niet te vaak, want de spin verbruikt energie bij elke “vals alarm”-actie.

3. Film het gedrag voor later in je nature journal
Zorg dat je goed kijkt – en als het lukt: film wat er gebeurt. Filmpjes zijn vaak nóg bruikbaarder dan foto’s als je je nature journal pagina later thuis verder uitwerkt. Je kunt het gedrag dan beeld voor beeld terugkijken en kleine details toevoegen aan je tekening en notities.

4. Maak meerdere kleine tekeningen in je journal
In plaats van één grote illustratie kun je verschillende mini-tekeningen maken:

  • de locatie van de actie in het web,
  • de spin zelf,
  • de prooi (als je die goed hebt gezien).
    Zo vertel je het hele verhaal van de jacht in je nature journal.

5. Noteer tijd en verhoudingen: spin vs. prooi
Kijk hoe lang het duurt voordat de prooi is ingepakt in zijde. Schrijf de tijdsduur op (desnoods geschat). Noteer ook hoe groot de spin is en hoe groot de prooi is, en hoe die zich tot elkaar verhouden. Dit soort “insecten-studie” details maken je nature journal extra interessant.

6. Beschrijf plek, weer en lichtomstandigheden
Schrijf altijd even op waar je was, wat voor weer het was, hoe het licht viel en welk tijdstip het ongeveer was. Zulke context helpt je later om gedrag te begrijpen en maakt je insectenpagina’s in je nature journal waardevoller als veldnotities.

7. Kom de volgende dag terug voor een tweede observatie
Probeer de volgende dag nog eens bij hetzelfde web te kijken. Is de prooi weg? Is er nieuwe vangst? Zit de spin er nog? Meerdere observatiemomenten leveren een schat aan informatie op en verrijken je natuurdagboek – en laten zien hoe levend en veranderlijk de kleine wereld van jouw onderwerp is.

Happy journaling!

Meer lezen over biologie? Lees hier meer over libellen en juffers. Liever iets over plantjes? kan ook, zie hier Weegbree: van onkruid naar veld EHBO

spider drawn by Arija Jansen in het nature journal in graphite

Ook hier in een gehaast moment een vogelspin getekend, wederom snel werken dus wateroplosbaar grafiet gebruikt. Gelukkig voor mij zat hij wel achter glas.

Deel je resultaat:

Je resultaat posten is altijd leuk, tag me vooral op insta: https://instagram.com/ArijaJansen en gebruik #InsectjournalNL

Meer weten over benodigdheden om te starten of over journaling in het algemeen? Lees ook:

ENGLISH:

Curious minds welcome: how insects and spiders deal with food, breath and... waste

Ever watched a spider catch a fly and wondered, what happens next? Insects, spiders and woodlice all eat — but what goes on inside their bodies is a whole different story. Their blood doesn’t carry oxygen, some of them breathe through tiny tubes in their skin, and let’s just say their version of peeing and pooping is wildly different from ours.

Spiders excrete guanine (a white paste), many insects get rid of waste through Malpighian tubules, and woodlice — land-based crustaceans, not insects! — use little gill-like paddles under their tails to breathe and special glands near their antennae to handle waste. These tiny creatures all solve the same basic problems (eating, breathing, staying alive) in wonderfully different ways.

Want to see it for yourself? Grab your nature journal and let's go.

Find a spiderweb in a grassy edge or forest clearing, sit down, and wait. (Tip: bring a thermos of tea — patience pays off.) Watch how the spider reacts when a prey item lands, how it wraps it, and maybe even sucks it dry. If you're lucky, you might spot a little white poop spot appear under the web later.

Pro tip: Film it. Videos are often more helpful than photos when filling out your journal page later at home.

In your journal, try sketching the web location, the spider, and the prey. Make notes: how big was the spider compared to the prey? How long did the wrapping take? What were the weather conditions? And come back the next day — repeated observations reveal much more than a single snapshot.

Happy journaling — and happy bug-watching!